Vrijmetselarij: Een weg naar je Zelf
Logo-P&W-in-concrete
Vrijmetselarij.eu is een onafhankelijk forum.
Het staat niet onder toezicht van het Grootoosten der Nederlanden.
Het Grootoosten is dan ook op geen enkele manier verantwoordelijk voor de inhoud.
HomeAlgemene infoGesprekken Video'sArtikelenModerne mysteriën en inwijdingenVernieuwing in de Vrijmetselarij?Spiritualiteit en Vrijmetselarij Ego Ja, Ego NeeOnbekend maakt OnbemindProfane spiritualiteit? De Omgekeerde PyramideVrijmetselarij, Bewustzijn en MysterieLiteratuurPraktische informatieContact

SPIRITUALITEIT  EN VRIJMETSELARIJ
door Prasadam


I. DE TERM SPIRITUALITEIT, WAT HOUDT DAT IN?

Het woord SPIRITUALITEIT is een term die hedentendage veel aan populariteit wint. Maar het is ook een term die veel verwarring met zich mee brengt. Iedereen schijnt wel een bepaald idee te hebben wat hij onder spiritualiteit moet verstaan, maar wanneer je  vraagt wat het nou precies inhoudt, dan blijkt het moeilijker te definiëren dan we hadden vermoed.

Ook in de vrijmetselarij bestaan vaagheden betreffende spiritualiteit. Soms komt het mij voor dat bijna niemand echt weet waarover hij spreekt. Dat is voor mij de reden om op het thema vrijmetselarij en spiritualiteit dieper in te gaan.
Spiritualiteit is een geladen woord. Het heeft allerlei betekenissen gekregen die nogal afwijken van de etymologische betekenis die het woord 'spiritus' met zich meebrengt. Tegenwoordig schijnt ‘spiritualiteit' te maken hebben met zaken als 'verheven’, met begrippen als 'zeer zeldzaam', 'esoterisch' 'bovennatuurlijk', 'mystiek', 'holistisch' enz. Misschien wordt het wel een verzamelwoord voor alles wat niet materieel, economisch of politiek is. 

Vooral de laatste decennia wordt er veel gesproken over spiritualiteit, en van z.g. nieuwe vormen van spiritualiteit, en dit weer overduidelijk in bepaalde kringen waar wij graag de term ‘New Age’ opplakken. Veel van wat de nieuwe spiritualiteit behelst is m.i. een soort eigen aan– en toepassing van Oosterse tradities die in westerse termen geperst worden, waarbij de diepgang, om het maar eenvoudig te duiden, is verdwenen en de eisen zijn verwaterd. Uitzonderingen daargelaten is de zuiverheid van de leer van de oorspronkelijke traditie hier verdwenen. 

Ik wil u hier mijn ideeën voorleggen over wat spiritualiteit m.i. wezenlijk inhoudt. Daarna wil ik bekijken of het wenselijk is om die waarachtige spiritualiteit in ons  leven in te passen, en als laatste, of de vrijmetselarij een aanzet kan geven om ons op spiritueel gebied een handje te helpen.
Aan het einde van mijn betoog zal het duidelijk zijn dat spiritualiteit niet alleen een centrale plaats inneemt in míjn leven, maar dat ‘spirit' de spil is waar het hele bestaan om draait. Om mijn eigen visie over spiritualiteit te geven is het daarom verstandig om eerst dat hele bestaan onder ogenschouw te nemen. Dan valt daarna de term spiritualiteit vanzelf wel op zijn plaats.

Vooraf wil ik hier benadrukken dat ik hier mijn persoonlijke visie aanreik, en ik geen enkele claim leg op een universele waarheid. Het is mijn visie. Die visie is vaak beïnvloed en gegroeid en door de jaren. Een paar belangrijke invloeden zijn aan het einde van deze aflevering aangegeven in de vorm van een literatuurlijst.

Eén van de belangrijkste boeken die ik heb gelezen is 'The Perennial Philosophy', van Aldous Huxley. De Perennial Philosophy gaat er van uit dat de kosmos, de Werkelijkheid en alles wat het bevat, een Geheel-heid is, een wholeness, die zich uitdrukt in en op verschillende niveaus. De werkelijkheid, de Realiteit, zegt Huxley, bestaat uit een reeks verschillende –en soms ook continu– dimensies. De manifeste realiteit bestaat uit verscheidene niveaus of gradaties die zich uitspreiden vanaf het laagste niveau (dat is het meest compacte en minst bewuste) tot aan het hoogste (het meest subtiele en meest bewuste). Aan de laagste kant vinden we dan wat we het ‘stoffelijke” noemen, aan het andere einde is wat we God noemen, of superbewustzijn, of zoals bij vrijmetselaren de OBdH. Huxley noemt het Spirit. Het geheel noemt hij ‘De Grote Keten van het Bestaan”. Het doel nu, van wat wij de schepping noemen is om de hele keten te doorlopen om uiteindelijk tot het hoogste niveau, tot godsbewustzijn te komen.

Grof genomen wordt die keten voorgesteld als bestaande uit drie niveaus: stof, geest en spirit. Andere verdelingen geven vijf niveaus: stof, lichaam, ziel, geest (mind) en spirit. Het is moeilijk om die lagen precies af te bakenen want zij vertonen vaak een geleidelijke overgang. Sommige (oosterse) psychologen geven een uiterst verfijnde verdeling die tientallen zelfstandige niveaus met hun overgangsniveaus beschrijven.

Dan is er nog een tweede belangrijk aspect te herkennen in deze opbouw van het universum, en dat is de holistische natuur er van. Elk van die eenheden, die lagen, wordt gezien als een geheel-heid, als holon. Elke holon (Koestler) is deel van een grotere meer complexe, meer verfijnde holon. Maar ook bevat elke holon op zich weer kleinere, minder complexe holons. 

Om deze holistische opbouw simpel uit te leggen kunnen we naar een voorbeeld kijken (Wilber): één letter heeft weinig betekenis op zichzelf, met meerdere letters kunnen we een woord vormen. Een letter is een holon, een geheelheid, ook al zit er weinig betekenis aan. Als we meerdere letters in een groep samenbrengen, kunnen we daarmee een woord vormen. Een woord is een holon die is opgebouwd uit meerdere letter-holons. Door die samenvoeging krijgt een woord meer betekenis dan een enkele letter heeft. Woorden kunnen zinnen vormen, zinnen kunnen een hoofdstuk vormen en op hun beurt kunnen hoofdstukken weer een heel boek vormen. We zien in dit voorbeeld dat elk deel, elke holon deel gaat uitmaken van een grotere holon. Elke grotere holon is meer verfijnd, en kent meer betekenis. Zo zien we dat iedere stap opwaarts in de Grote Keten een grotere eenheid uitdrukt, ruimere betekenis en identiteit. Iedere stap naar beneden impliceert minder eenheid, een grotere versnippering, minder betekenis en een engere identiteit.

Zo schijnt de term ‘Grote Keten” ons op het eerste gezicht een hiërarchische opbouw van het universum voor te houden. Maar Koestler noemt deze opbouw niet een hiërarchie, maar ‘holarchie’ om de holistische opbouw ervan te benadrukken. Het verschil ligt in het gegeven dat in een holarchie het ene niveau niet ‘beter’ of ‘belangrijker’ is dan het andere. Alle niveaus zijn van gelijke importantie: de hogere kunnen immers niet bestaan zonder de lagere, want de lagere zijn de bouwstenen voor de hogere.

De mens, als deel van het universum, is ook opgenomen in deze Grote Keten, en opereert in elk van die bepaalde stadia van zijn ontwikkeling dan ook vanuit corresponderende niveaus. Hij doorloopt in zijn ontwikkeling een aantal stadia, die ruwweg zijn te benoemen als: van lichaam naar geest (als mind), naar ziel, naar Spirit. Het is de evolutionaire weg die de mens aflegt om tot hoger inzicht te komen tot het Al. In haar huidige fase  op deze evolutionaire weg plaats ik de mensheid globaal gesproken –hier in onze westerse wereld– op het niveau van geest (mind). De doorsnee mens identificeert zich meer als geest (mind) dan welk ander van de net genoemde stadia. Het duidelijkst is dit te herkennen in het Cartesiaanse dictum: ‘Cogito ergo sum”.

Als we kennis-disciplines aan deze stadia van ontwikkeling zouden plakken, zien we de holistische opbouw verschijnen: kennis van het lichaam wordt beschreven door het rijk van de biologie, de geest behoort tot de wereld van de psychologie, de ziel wordt geclaimd door de filosofie/theologie en de Godheid wordt beschreven door spirit.

Terwijl de scheidingen die deze verdeling aanreikt misschien doen vermoeden dat het hier om duidelijk vastomlijnde, afgebakende kennisgroepen bestaat, is die scheiding toch altijd onderhevig geweest aan verschuivingen. Wat in een vroegere tijd tot het rijk van de theologie scheen te behoren past in onze tijd misschien in het rijk van de biologen. Juist deze verschuivingen geven aan, zijn een indicatie, dat de mens in die ontwikkeling zit.

In de Middeleeuwen b.v. werd een ziekte als de Pest gezien als een straf van God: een vorm waarop het bovennatuurlijke zich in de materiële gebieden manifesteert. Tegenwoordig weten we dat virussen en bacteriën geen metafysische manifestatie zijn, maar dat zij behoren tot het rijk van de biologie. Zodoende gaan we er tegenwoordig ook op een andere wijze mee om dan in de M.E.
Nog verder terug in de geschiedenis zien we dat de mens van natuurverschijnselen (als donder en bliksem, b.v.) beeltenissen van goden maakte. Dat houdt niet in dat de verschijnselen tegenwoordig minder spectaculair of profaan zijn geworden, het enige wat zich voordoet is dat die verschijnselen dichter bij onszelf gaan thuishoren, dat zij verklaarbare natuurverschijnselen zijn, en niet meer als uitingen van de goden worden beschouwd.

Die telkens voortschrijdende inzichten houden in dat we in de loop van onze evolutie bewuster zijn geworden. Door het bewustzijn anders te richten, zijn kennis en de daaraan ontsproten technologieën, kunsten enz. ontwikkeld tot een hoger en subtieler niveau van bewustzijn dan voorheen. 
Het zich ontwikkelend bewustzijn, wat dus subtielere en meer wijdse kennisniveaus met zich meebrengt, is het centrale gegeven in de evolutie van de mens. Ontwikkeling is een zich geleidelijk ontvouwen van (ons) natuurlijke potentieel. Zowel op individueel niveau als op het vlak van de gehele mensheid (phylogenisch en ontogenisch). 

En hier komen aan bij mijn definitie van Spiritualiteit. Het proces van ontwikkeling naar een zich verruimend bewustzijn, dát noem ik: spiritualiteit. Het doel van de evolutie nu, is het doorlopen van de Grote Keten, op weg naar het hoogste niveau: het zoeken van de bewustzijnsvorm die in zoveel tradities Spirit wordt genoemd, Godheid, of Opperbouwmeester des Heelals.

Kort gezegd: spiritualiteit is het evolutionaire proces van het zich ontvouwend bewustzijn.
Het is de evolutie van het bewustzijn, waarin op ieder stadium van ontwikkeling bewustzijn meer van zichzelf realiseert.
Spirit is NIET een of ander afgebakend gebied, een mooie ideologie, een aardige God of Godin. Spirit is het ontvouwingsproces-an-sich. Een oneindig proces dat bij iedere stap in het geheel aanwezig is, maar . . . waarván Spirit op iedere evolutionaire vervolgstap meer van zichzelf kent. 

II SPIRITUALITEIT EN DE MENS

Een duidelijk herkenbare eigenschap van dit proces van ontwikkeling wordt gespiegeld in de wijze van zelfidentificatie van de mens. Dus hoe hij zichzelf kent, of beter gezegd, denkt te kennen. Ook het menselijk ontwikkelingsproces kan worden beschreven in termen van deze holistische opbouw.

De wijze waarop wij de wereld en onszelf kennen, wordt uitgedrukt door, en is daarmee afhankelijk van ons niveau van bewustzijn. Anders gezegd, Het zelfbeeld van de mens, dus zijn vorm van zelfidentificatie, is de reflectie van zijn niveau van bewustzijn. Die niveaus vinden hun vorm op de holarchische ladder.
Dit betekent dat niet iedereen zich op een zelfde wijze ziet geplaatst in de wereld, in de kosmos. Een mysticus is waarschijnlijk een stuk verder in zijn spirituele, dus bewustzijnsontwikkeling dan ik. Daarom zal die mysticus op de vraag: “Wie ben jij?” een ander antwoord geven dan ik. Het pad dat leidt van mijn niveau tot het niveau van de mysticus is voor mij nog te ontginnen gebied en daarom een spiritueel pad. Voor de mysticus is de afgelegde weg bekend terrein en daarom niet meer voor ontwikkeling te gebruiken, en zodoende ook niet meer spiritueel. Maar let wel, de ervaringen van een mysticus zijn daarom niet profaner geworden, of minder indrukwekkend. Het mooie van de mysticus is dat hij zijn ervaringen beleeft als de wijze waarop de kosmos, de ultieme werkelijkheid, zich uitdrukt in en op de holon die wij God noemen. In een enkel woord: de mysticus LEEFT god. Over indrukwekkend gesproken!!!

Laten we even kijken naar dat evolutionaire proces van ontwikkeling. 
Een baby ziet zich anders dan ik mezelf zie. Een baby identificeert zich met een hongerig lichaam vol processen op lichamelijk niveau. Een baby kan op de vraag ‘Wie ben je?” niet antwoorden dat hij een denkend, geestelijk wezen is. De weg die een baby nog moet afleggen om tot een gemiddeld niveau – en eventueel nog verder– te geraken in zijn proces van ontwikkeling, is dus in mijn zienswijze, onmiddellijk vanaf dat prille begin een spirituele weg.

Spiritualiteit heeft tot taak de mens te brengen van zijn huidig niveau van bewustzijn tot puur bewustzijn. Eenmaal daar aangekomen houdt de functie van spiritualiteit op. De weg is afgelegd, het voertuig kan worden geparkeerd. 
En áls we daar aan (zouden) komen, en we ervaren de eenheid van het gehele bestaan, weten we dat niet gescheiden zijn van het geheel, ervaren we Gods-bewustzijn, Nirvana, of het ‘Mysterium Tremendum et Fascinans”, het Uiteindelijke (tegenwoordig zouden we zeggen het Ultieme) Geheim. Welnu, dát geheim, dat is waar het over gaat wanneer we spreken over het geheim van de Vrijmetselarij.

Zolang we nog niet tot de hoogste sport van de ladder van de Grote Keten zijn geëvolueerd, of anders gezegd, ons nog niet echt één weten met het Al, voelen we ons dus als het ware afgescheiden van die eenheid. Het gevoel van die afgescheidenheid, wel, dat is de pijn die ons er toe kan aanzetten om voor de weg van spirituele transformatie te kiezen.

III. SPIRITUALITEIT EN RELIGIE

Met het voorgaande in het achterhoofd kunnen we nu de oorzaak van de verwarring en vaagheden ontmaskeren die de term spiritualiteit omgeven.

Er zijn in de maatschappij altijd instituten (geweest) die zich opwerpen (en –wierpen) om te fungeren als gidsen voor de spirituele zoeker. In de regel zijn dat de religies. Om de praktische kant van spiritualiteit te onderzoeken is het van belang de boodschap en functie van religieuze instituten te bezien.

Eén van die functies van religie, en m.i. voor de maatschappij de belangrijkste, is het in stand houden van sociale banden. Dit gebeurt door betekenis en zingeving te verzekeren aan het individuele lid, meestal naast een belofte voor eeuwigdurend voortleven. Ofschoon deze functie het meest verbreid is, kan hier niet van spiritualiteit worden gesproken. Toch wordt in de praktijk dit wel als zodanig aangemerkt, nog wel door de meerderheid van de mensen. Van spiritualiteit is echter geen sprake om het simpele feit dat hier niet een ontwikkeling van het bewustzijn wordt nagestreefd. Ik ga hier zo meteen verder op in.

Dan is er een tweede functie die religie aanreikt. Dat is er een waar spiritualiteit wèl in de juiste zin des woords aan gekoppeld is: en dat is het transformeren van het individu. Hier zijn we aanbeland bij de werking, werkwijze en gevolgen van ware spiritualiteit. Ware spiritualiteit streeft niet naar het versterken van bestaande waarden, blijven dolen in het bestaande niveau van ontwikkeling – die, vergeet niet, de uitdrukking zijn van dát niveau van bewustzijn– maar juist naar het vernietigen daarvan om daarmee de weg vrij te maken voor het bewegen naar een hoger niveau van bewustzijn. Op dit hoger niveau zijn alle banden met de oude zelfidentificatie-patronen verbroken, radicaal de grond ingeboord.

Voor de duidelijkheid: De eerste functie van religie is horizontaal gericht op het bevestigen van het afgescheiden zelf, de tweede functie is verticaal: het vernietigen van die afgescheidenheid.

Het afgescheiden zelf is een begrip dat voor veel mensen moeilijk te vatten is. Tenminste, zo op het eerste gezicht. Het is een term uit de transpersoonlijke psychologie maar in wezen gewoon is overgenomen uit de bekende religieuze tradities. Noem het ‘de zondige’ mens, dus de mens die zijn potentieel nog niet heeft geactualiseerd. Of de ‘nog niet volledig bewuste’ mens.
Door totale transformatie kan de mens opgaan in God, leren alle religies. Nu zegt dat precies hetzelfde als wat de term ‘het afgescheiden zelf’ wil duiden: de mens beleeft zichzelf alsof hij gescheiden is van het Totale Bewustzijn alsof hij niet één is met het Totale Bewustzijn. Noem het Totale Bewustzijn dan God, of het Al; de mens voelt zich nog niet op het hoogste niveau in de Grote Keten.

U kunt voor u zelf onderzoeken of u in een toestand van afgescheidenheid leeft, door bij uzelf na te gaan of er nog iets buiten uzelf bestaat. Dus is er iets wat u niet bent. Kunt u zoiets vinden, dan bent u niet totaal één met het Al, want dan bestaat er een grens tussen u en NIET-U. Voor iemand die tot totaal inzicht is gekomen, een mysticus bijvoorbeeld, bestaat die grens niet meer. 

Nu terug naar die twee functies van religie.
In zijn boek Transformations of Consciousness, noemt Wilber de eerste functie ‘translation’, wat ik vertaal met aanpassing, en de tweede noemt hij ‘transformation’ of transformatie.
Translation, of aanpassen, is de wijze waarop het afgescheiden zelf een andere manier aanneemt om zichzelf te bezien, om zichzelf te identificeren. Dezelfde mens in een ander kleedje. Misschien wil hij minder zondig worden, misschien meer vergevingsgezind, socialer, noem maar op. Het (afgescheiden) zelf, het individu, past zich aan aan een nieuwe vorm van geloof, een andere taal, een andere omgeving, maar het individuele zelf, dus de afgescheidenheid op zich, wordt niet aangepakt. Sterker nog het afgescheiden zelf wordt juist gestreeld en komt gesterkt uit het proces naar voren. Hier wordt het zelf een andere manier gegeven om over zichzelf en de wereld te denken. Dit proces zien we als centraal gegeven ook bij wat de ‘nieuwe spiritualiteit’ genoemd wordt. Vandaag is het afgescheiden zelf Christen, is daar ontevreden mee, en wordt morgen Boeddhist. Maar het zelf in zijn afgescheidenheid wordt op geen enkele manier aangepakt.

Bij waarachtige transformatie nu, wordt juist het procés van aanpassing zelf bezien, aangepakt, te licht bevonden en opgeruimd. In dit proces wordt het zelf daarbij als ontoereikend herkend. Transformatie is niet een zaak van geloven, maar van de dood van degene die gelooft. Het is niet een zaak van vertrouwen, steun of medeleven maar een zaak van het vinden van eeuwigheid aan de andere kant van de dood. Het zelf wordt niet tevreden gesteld; het wordt de vernietigd.

Deze beide functies van religie zijn van enorm belang en bovendien absoluut noodzakelijk. De mens wordt over het algemeen niet geboren in een staat van verlichting. Hij wordt geboren in een wereld van zonde, lijden, hoop en vrees, begeerte en wanhoop. Hij wordt geboren als een zelf, gulzig naar contact, hij is geboren met honger, dorst en angsten. Al zeer vroeg begint hij al om te leren zich in deze wereld aan te passen, te leren betekenis te ontlenen aan die wereld en zich te beschermen tegen de pijnen en verschrikkingen die nooit erg ver onder de schijnbaar rustige oppervlakte van het afgescheiden zelf liggen te wachten.

En hoewel we maar wat graag (jij en ik) hopen deze aanpassingen te overstijgen en een authentieke transformatie zouden willen ondergaan, blijven die aanpassingen niettemin van levensbelang. Zij staan centraal in het grootste deel van ons leven. Zij die zich niet naar behoren en op een redelijke wijze kunnen aanpassen vervallen vrij snel in een ernstige neurose of zelf in een psychose: de wereld houdt op iets te betekenen, de grenzen tussen zelf en wereld worden niet goed gekend, niet overstegen, maar zelfs aangetast en afgebroken. Dit is geen doorbraak maar afbraak, niet transcendentie maar rampspoed.

Voor de meeste mensen valt het religieus beleven in deze horizontale categorie. Het is de categorie van vertroosting: een aanpassing dus, die een of andere betekenis geeft in het gedrang van de woelige wereld. Religie heeft hier altijd voor gediend en dat deed ze dan ook perfect. Men zou zelfs kunnen spreken van ‘legitimiteit’ om deze horizontale functie te beschrijven. Het is een voegen van deze legitimiteit aan de legitimiteit van het individu. De mogelijkheid die een religie biedt om horizontale betekenis te duiden, (legitimiteit en zelfbevestiging) dat is de sociale specie die een cultuur tot een hechte gemeenschap bindt.
En met deze specie is het niet lichtzinnig omspringen. Want zo vaak zien we dat wanneer die band wordt aangetast het resultaat niet een doorbraak betekent maar afbraak, geen bevrijding maar sociale chaos. Het is de oorzaak van burenruzies, echtscheidingen, van sociale onrust tot aan oorlog.

Maar op enigerlei punt in het proces van onze ontwikkeling blijkt dat bij velen dat proces van aanpassing geen soelaas meer heeft te bieden, hoe gesmeerd het ook is verlopen. Geen nieuw geloof, geen nieuw paradigma, geen nieuwe mythen, geen nieuwe ideeën kunnen de ontstane hunkering bevredigen. Geen nieuw geloof voor het zelf, maar het overstijgen van dat zelf zèlf, dat is het enige pad dat nog openstaat.
Het aantal individuen, helaas, dat bereid is deze weg in te gaan heeft altijd een minderheid gevormd –en dat zal waarschijnlijk zo nog wel even blijven.

Waar aanpassingsreligie legitimiteit biedt, legt Ken Wilber uit, biedt transformatieve religie authenticiteit. Voor die weinige individuen die daar voor klaar zijn –d.w.z. die zich van het lijden van een afgescheiden zelf willen verlossen en niet langer voldoening krijgen met het delen van legitieme wereldopvattingen, voor hen vormt een transformatieve opening een onophoudelijke uitnodiging naar waarachtige verlichting, naar werkelijke bevrijding. En afhankelijk van de individuele instellingen heeft men vroeg of laat te antwoorden op die roep naar authenticiteit.

Transformatieve spiritualiteit is er niet op uit om een of ander bestaand wereldbeeld te verdedigen, maar juist om alles wat de wereld legitiem houdt, te vernietigen. Het wereldbeeld is precies als het zelfbeeld: een product van het zelfde bewustzijn, onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld. Sterker nog het is het zelfde bewustzijn dat zich in twee schijnbaar verschillende richtingen projecteert. Legitiem bewustzijn is een massaproduct, aanvaard door de massa-mentaliteit, omarmd door de cultuur (én tegencultuur), gesterkt door het afgescheiden zelf als dé manier om iets van de wereld te begrijpen. Authentiek bewustzijn, daarentegen, maakt zich daar onmiddellijk van los en vindt daarbij alleen stralende oneindigheid in de harten van allen. Het ademt de sfeer van eeuwigheid.
Transformatieve spiritualiteit is daarom revolutionair. Het legitimeert niet de wereld, het breekt de wereld af; Het stelt het zelf niet tevreden; het vernietigt het zelf.


IV SPIRITUALITEIT EN VRIJMETSELARIJ

In elke cultuur zijn er twee elementen die altijd terugkomen in beschrijving van spirituele ontwikkeling: dood en de vernietiging van de wereld. Dat is wel te begrijpen wanneer we inzien dat spirituele ontwikkeling juist gaat over het herkennen van een bepaald zelfbeeld. Zoals we gezien hebben is het zelfbeeld het product van het bewustzijn, en is dus hetgeen dat ontgroeid moet worden, of getransformeerd. Ook in de Vrijmetselarij komen dood en vernietiging aan bod. Al meteen in de leerlingen-graad! Denk eens aan de donkere kamer! Uw eerste confrontatie met de herboren wereld waar u in ingewijd wilde worden! Eerst sterven, dàn herboren worden. Dit is een symbolische dreun op het hoogste niveau. Iedereen kan verder voor zichzelf de rituelen bestuderen om de plaats van dood en vernietiging te herkennen.

Het zijn natuurlijk niet alleen religies die een verwijzing herbergen naar spirituele ontwikkeling. Ook andere systemen en tradities zien spiritualiteit als hoogste doel. Denk aan de hermetica, de alchemie, denk aan Zen. In deze zelfde hoek bevindt zich m.i. de Vrijmetselarij. Ook in onze keten wordt de weg tot waarachtige spirituele ontwikkeling benadrukt. Maar waarom dan de Vrijmetselarij en niet een religie?
Voor mij hanteert de vrijmetselarij een werkwijze die simpelweg praktischer is dan de wijze waarop andere stromingen zich profileren. De vrijmetselarij hanteert een fenomenologische methode, dat is een methode waarbij het ‘geheim’ niet vanaf een afstand moet worden ‘meegemaakt’, maar zij biedt middels haar symbolische werkwijze een belevings-methode. Niet kijken naar, maar ondergaan. Dit is de wijze waarop de oude mysteriescholen hun novieten plachten te introduceren in  spiritualiteit. Later, tijdens de vorming van de horizontale invulling van religie, is de scheiding tussen de uitvoerende klasse (priesters)aan de ene kant, en gelovigen aan de andere, is die scheiding groter geworden en daarmee werd de heftige confrontatie met zuivere spiritualiteit voor het grootste gedeelte vervlakt. 

Maar laten wij realistisch blijven bij het beschouwen van onze werkwijze. Want net als bij religies het geval is, is ook de vrijmetselarij ontvankelijk voor beide stromingen: zij geeft een mogelijkheid tot horizontale invulling aan de ene kant, én zij geeft duidelijke signalen op welke wijze een verticale gang kan worden ingezet, wil men tot waarachtige transformatie komen. In elke graad, spreekt de Vrijmetselarij over het overstijgen van het afgescheiden zelf en refereert naar de Absolute Kosmische Eenheid als enige vorm van Ware Kennis, van Puur Bewustzijn.

Maar gelukkig blijft het aan ieder individu zijn keuze te bepalen. Blijf ik gezellig doorbroederen, of duik ik er echt in, waarbij opgemerkt dient te worden dat er helemaal niets verkeerd is aan het doorbroederen. De horizontaal/sociale functie van de maçonnerie heeft zich door de eeuwen wel bewezen! Geen enkele verplichting dwingt ons tot transformeren. Slechts op persoonlijke titel kan de noodzaak zich aandienen om voor transformatie te kiezen. 

Zo zie je dat deze vingerwijzing toch de belangrijkste maçonnieke aanmaning is: OP U KOMT HET AAN!!


Literatuurlijst
Almaas, A.H. Essence, The Diamond Approach to inner Realisation
Huxley, A. The Perennial Philosophy
Loevinger, J. Ego development
Mahler, M. On the first three subphases of the seperation-individuation process
Becker, E. The Denial of Death
Wilber, K. Transformations of Consciousness
Wilber, K. The Eye of Spirit; An Integral Vision for a World Gone Slightely Mad